Natuurkundig kader

juli 27, 2008

Het is fascinerend dat veel mensen zich overgeven aan lange verhandelingen over de vrije wil zonder ook maar een moment stil te staan bij de hedendaagse natuurkundige kaders. Een psychologische verklaring die in mij opkomt is dat de gepassioneerde voorvechter van de vrije wil zo sterk hunkert naar vrijheid in zijn denken, dat hij niet geneigd zal zijn zich te conformeren aan kaderstellende beperkingen, zeker niet als die komen uit wetenschappelijke hoek. Hoe het ook zij, het valt te betreuren want het leidt tot allerlei overbodige gedachtenspinsels die eenvoudig voorkomen hadden kunnen worden.

Zo wordt er nog steeds veel te veel gepraat over determinisme. Deze theorie focust op de vraag of elke gebeurtenis wordt veroorzaakt door eerdere gebeurtenissen, en zorgt in filosofische kringen voor een niet aflatende stroom van ingewikkelde, vooral terminologische discussies. Dit terwijl de kwantumtheorie van de moderne natuurkunde al een slordige driekwart eeuw uitgaat van een fundamentele rol voor het toeval. Het gedrag van individuele elementaire deeltjes blijkt principieel onvoorspelbaar en het idee dat elke gebeurtenis wordt bepaald door eerdere gebeurtenissen kan dus gevoegelijk de prullenbak in.

Deterministen laten zich hierdoor niet uit het veld slaan: op microniveau is er dan weliswaar sprake van indeterminisme, maar op macroniveau middelt dit weer uit tot determinisme, zo luidt het. Het gevaar van deze redenering is vooral dat het een redenering is: het is nogal lastig experimenteel vast te stellen dat geen enkele kwantumgebeurtenis een macroscopisch effect kan hebben. Gevoelsmatig zou het mij niet verbazen als dit wel degelijk het geval is, en ik herinner me een boek van Johnjoe McFadden getiteld Quantum Evolution, waarin hij kwantumgebeurtenissen een cruciale rol toedicht in de evolutie. Veel macroscopischer kan toch niet.

Belangrijker echter in het kader van de vrije wil is dat determinisme focust op de verkeerde vraag. Het gaat er niet om of een gebeurtenis toevallig is of onvermijdelijk, maar of de gebeurtenis kan worden beïnvloed. En hoewel de kwantumtheorie hamert op de rol van het toeval, biedt het geen enkele ruimte voor beïnvloeding. Toeval is een fundamenteel onderdeel van ons universum op elementair niveau, en een gebeurtenis die toevallig plaatsvindt kan niet tegelijkertijd ook worden beïnvloed door zoiets als ons bewustzijn. Dit alle populaire boeken en theorieën ten spijt die ons bewustzijn zo graag magische krachten toedichten.

Kortom, op het meest elementaire niveau is de natuur onvoorspelbaar én onbeïnvloedbaar. Dit gegeven zullen we moeten meenemen als kader voor onze gedachtevorming over de vrije wil.

Leestips:

  • Jim Al-hkalili, Quantum, A Guide for the Perplexed, 2003
  • Anton Zeilinger, Toeval!, Hoe de kwantumfysica ons wereldbeeld verandert, 2005
Advertenties

Twee soorten vrije wil

juli 21, 2008

Alvorens met have en goed deze discussie verder in te stappen is het verstandig enige kernbegrippen met elkaar af te spreken. Voor de vrije wil leek me dit altijd wat overdreven, maar inmiddels weet ik beter. Vroeg of laat zal blijken dat je gesprekspartner het heeft over een ander soort vrije wil.

We zijn allemaal ervaringsdeskundigen in het willen. We kunnen iets wel willen en iets niet willen. We kunnen dingen doen die we willen, en soms hebben we het gevoel dingen te doen die we eigenlijk niet willen. Soms lijken we dingen automatisch te doen, en sommige dingen doen we altijd automatisch, zoals bijvoorbeeld ademhalen en spijsverteren. Deze ervaringen behoren, naar ik hoop, tot het gemeenschappelijk referentiekader van ons allen.

Vooral onze ervaring met automatische lichaamsfuncties roept de logische vraag op in hoeverre onze andere lichaamsfuncties ‘vrij’ zijn. Dit omvat ook ons denken, en dus ons willen. Voor mij is dit het vraagstuk van de vrije wil: in hoeverre is mijn wil vrij van factoren buiten mij, of wordt mijn wil juist daardoor beïnvloed?

Doe even de controlevraag bij uzelf. Is dit ook wat u verstaat onder het vraagstuk van de vrije wil? Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk voorstelbaar dat mensen hierop met nee antwoorden. Maar als dat geldt voor u, bevindt u zich in goed gezelschap. Zo besteedt Daniel Dennett in Freedom evolves een heel boek aan het uiteenzetten van twee soorten vrije wil. De vrije wil die ik zojuist getracht heb te definiëren vindt Dennett de moeite van het willen niet waard. Hij vindt een ander soort wil veel interessanter. Welk soort wil? De wil zoals we daar in het dagelijks leven over praten. Oftewel, de wil die ik eerder heb geschetst in ons gemeenschappelijk referentiekader. En daar haak ik echt af. Hoe kan, om Schopenhauer aan te halen, een kernprobleem van de gehele middeleeuwse en moderne filosofie worden gereduceerd tot iets waar iedereen het direct mee eens is?

Daar doe ik dus niet aan mee. De vrije wil zoals we die ervaren is precies dat: een ervaring. Een gevoel, zoals Wegner het zegt. En de vraag waar het om gaat is of dit gevoel een illusie is, of dat er werkelijk een vorm van vrijheid is in ons willen, zonder beïnvloedende factoren van buitenaf.

Verwarring rond de vrije wil

juli 13, 2008
Over de vrije wil worden nog steeds uiterst verwarrende stukken geschreven. Meestal gaat het mis als filosofen zich in de discussie mengen. Dit blijkt ook weer in het bijna twee pagina’s lange artikel van Niki Korteweg in de NRC-wetenschapsbijlage van 5-6 juli 2008.

Het begint allemaal heel overzichtelijk met een veelbesproken resultaat van recent hersenonderzoek. Dat laat zien dat ons bewustzijn pas seconden later wordt geïnformeerd over beslissingen die dan door ons onbewuste allang zijn genomen. Kranten en tijdschriften suggereren natuurlijk graag dat het hier gaat om een revolutionair inzicht, en eerlijk is eerlijk, de tijdsduur van 7 seconden is zonder twijfel verbazingwekkend. Maar dat het bewustzijn achterloopt op het besluitvormingsproces weten we al sinds onderzoek van Libet uit de jaren 80, al ging het toen nog om een kleine halve seconde.

Hoewel het altijd lastig is dergelijke onderzoeksresultaten door te trekken naar de volle grilligheid van het bestaan, lijkt het toch volstrekt helder dat de moderne inzichten van hersenonderzoek, psychologie en niet in de laatste plaats de natuurkunde moeilijk verenigbaar zijn met het bestaan van een vrije wil. Korteweg laat Susan Blackmore aan het woord om dit in gewone-mensentaal samen te vatten: “In het dagelijks leven bedoelen mensen met vrije wil: dat ik bewust besluit iets te doen, niet omdat mijn brein mij dat vertelt, of de wereld, maar dat ikzelf echt besluit om iets te doen, zonder enige andere reden. En dat is een illusie.”

Na deze glasheldere introductie komt, in zekere zin onvermijdelijk, “een van de grootste hedendaagse denkers over bewustzijn en vrije wil” aan bod, de filosoof Daniel Dennett. En daar begint het zwalken. Natuurlijk heeft Dennett een fantastische bijdrage geleverd aan diverse onderwerpen en aan het kritisch denken in het algemeen. Zijn uitleg over de principiële onmogelijkheid van interactie tussen materie en geest, in Het bewustzijn verklaard, heeft mij persoonlijk voor altijd overtuigd. Maar Freedom Evolves, zijn boek over vrije wil uit 2003, heb ik ervaren als een afschrikwekkend voorbeeld van de donkere kant van de filosofie, terminologische draaikonterij op zijn allerergst.

Korteweg slaagt er niet in om Dennetts denkbeelden begrijpelijk weer te geven, maar dat kan haar niet worden aangerekend. Dennett zelf slaagt daar een boek lang niet in. Wat te denken van ondoorgrondelijke uitspraken als “Wegner laat overtuigend zien dat het traditionele idee van de vrije wil een illusie is. Maar dat betekent niet dat we helemaal geen vrije wil hebben.” Een paar zinnen later slaat hij met een onnavolgbare redenering de brug naar verantwoordelijkheid: “Wij kunnen zelfkritiek leveren en over de redenen nadenken die we hebben om elkaar verantwoordelijk te houden voor zaken. En dat is waar vrije wil om draait: verantwoordelijkheid.” Het probleem zit ‘m niet in Dennetts didactische vermogens, maar in het feit dat hij aan gewone-mensentaal nieuwe betekenissen toekent. Hij herdefinieert de vrije wil, zodat het ineens gaat over verantwoordelijkheid. Het pleit voor Korteweg dat zij uiteindelijk blijk geeft dit te doorzien: “of we de verantwoordelijkheid voor onze daden ook vrije wil kunnen noemen, lijkt een semantische kwestie.”

Wie deze verwarring te boven wil komen doet er goed aan het standaardwerk The Illusion of Conscious Will van Daniel Wegner te lezen. Echt, aandachtig, feitelijk te lezen. Hoewel dit boek een jaar eerder is geschreven dan dat van Dennett, en Dennett ernaar verwijst, is Wegner vele malen scherper en zorgvuldiger in zijn formuleringen. Vrije wil, zegt Wegner, is een gevoel. En dat is in één zin wat Dennett eigenlijk probeert te zeggen. Alleen is dat niet echt het baanbrekende inzicht waar je als lezer een boek lang op zit te wachten. Wegner heeft het in zijn boek overigens nauwelijks over het al dan niet vrij zijn van de wil: het gaat hem om de mechanismen die ten grondslag liggen aan het gevoel van vrije wil. Dat dit gevoel een illusie betreft, vindt Wegner een nondiscussie, en het was ontnuchterend te lezen dat de psychologie het al jaren met hem eens is: “Free will is not an effective theory of psychology and has fallen out of use for the reason that it is not the same kind of thing as a psychological mechanism.” (p324)